
Juryrapport Poëziewedstrijd Vrouwen over de hele wereld
van 15 November 2010 tot 10 February 2011
Geschreven door Emmy Rijsdijk - Consulent Cultuur en Educatie volwassenen Bibliotheek Zoetermeer
Alle amateurschrijvers van Nederland (en België) hebben zich met pen en papier kunnen uitleven: Bibliotheek Zoetermeer organiseerde een Poëziewedstrijd ‘Vrouwen van over de wereld'. Dit gebeurde in het kader van het literaire winterprogramma Wereldvrouwen.
De jury voor de poëziewedstrijd bestond uit de Rotterdamse stadsdichter Jana Beranová, de Zoetermeerse dichter Theo van de Wetering en Monique de Jong van boekhandel Paagman.
De Feiten
Niet eerder ontving Bibliotheek Zoetermeer zoveel inzendingen voor een schrijfwedstrijd. 34 gedichten werden ingezonden door 31 mensen uit heel Nederland en België waaronder 22 vrouwen en 10 mannen. De leeftijden liepen uiteen. De jongste inzender was 17 en de oudste 69. De gemiddelde leeftijd van de inzenders was 43 jaar. Maar 4 inzenders kwamen uit Zoetermeer zelf, 8 kwamen uit België. Verder kwamen er inzendingen uit o.a. Oosterhout, Maastricht, Amersfoort, Harderwijk, Waddinxveen en Dordrecht.
Voor een jury is het nooit gemakkelijk een selectie te maken uit zoveel gedichten. Het is lastig om alle elementen van een mooi gedicht tegen de meetlat te leggen en tot een goed eindoordeel te komen. Hoe creatief is het thema Wereldvrouwen verwerkt in het gedicht? Hoe is het taalgebruik? Loopt het lekker? Zitten er mooie of juiste lelijke zinnen tussen? Hoe is de opbouw van het gedicht? Hangt het verhaal aan elkaar van clichés of volgt er juist een verrassende wending? Kortom: welke taalacrobatiek haalt een schrijver uit om tot een poëtische landing te komen? En hoe geslaagd is die landing?
De kunst van het schrappen
Uit de 34 inzendingen heeft de jury een selectie van 10 gedichten gemaakt die tot de meest favoriete behoorde. De meeste inzendingen die hier niet onder vielen, vielen af onder het motto ‘less is more'. Te veel tekst, te gezocht, te veel uitleg, te gekunsteld of te veel informatie.
De meest terugkerende opmerking van de juryleden was: "Deze dichter heeft te veel woorden gebruikt". Sommige schrijvers stoppen niet op tijd, zoals Debbie die met Ze weet wat ze wil volgens de jury een sterker gedicht zou kunnen neerzetten als zij de laatste drie zinnen zou schrappen om haar gedicht af te sluiten met de woorden uit haar titel.
Of Apolonia die wat de jury betreft het gedicht Gewoon een mens zou kunnen reduceren door de eerste twee en de laatste acht zinnen aan elkaar te plakken, het hele middenstuk eruit en het verhaal staat in tien regels. Korter en veel sterker.
Ook Katinka Kersting gebruikt in Tegen wil en wet te veel woorden. Door de lengte van het gedicht verliest de lezer de aandacht, terwijl het verhaal dat zij vertelt zeker indruk maakt. In potentie een mooi gedicht. Er staan poëtische bewoordingen in als ‘rode zomer' en de laatste strofe is fraai geschreven. Vooral de afsluitende zin is sterk: "alleen mijn woorden laat ik achter in de tijd".
Andere keren vind de jury het aantal bijvoeglijk naamwoorden storend en niet nodig zoals in Gekleurde Vlucht dat werd geschreven door Erika de Stercke. In essentie een mooie schets van de vrouw maar zo aangedikt dat het zijn kracht verliest. Behalve in de afsluitende strofe: "de duif, dolend, vervolgt haar vlucht".
Echte wereldvrouwen
Sommige dichters geven te veel informatie. Bijvoorbeeld in de titel. Een titel is niet altijd nodig en soms zelfs storend. Marjoke schreef met De nieuwe Anne Frank een gedicht met een bijzonder verrassend einde . Leesbaar en verfrissend, een mooie opbouw, innemende beelden maar de titel geeft de lezer weinig ruimte voor persoonlijke interpretatie.
Evenals het gedicht Karin Bloemen dat werd ingezonden door Ans. Zeker geen slecht gedicht met treffende woordcombinaties: "omringd door nevels wit, met een geur van geel en een kleur van klanken". Jammer van zo'n titel die alle magie weghaalt, de lezer kan niet meer om het beeld van Karin Bloemen heen.
Een subtiele verwijzing naar een wereldvrouw vindt de jury in De vrouw met de lamp dat werd ingezonden door Florence van Mierlo die een inspiratiebron vindt in de historische figuur van Florence Nightingale. Zou de overeenkomst in naam toevallig zijn? Een bijzonder originele verwerking van het thema maar meer een verhaal dan een gedicht volgens de jury.
Zo zijn er meer inzenders die zich lieten inspireren door bekende wereldvrouwen. Elini Konstantinilis schreef een gedicht over prinses Diana maar de jury leest hierin te veel "gezochte rijmwoorden".
Ellen Honings schreef in haar gedicht Wereldvrouw over Dolores. Alleen een echte kenner van Nabokov zal de verwijzing naar Lolita opmerken. De jury is gecharmeerd door het beeld van een meisje op sokjes en de laatste zin: "In je naakte zondag ben jij niets dan een meisjeskamertje". Toch vinden ze deze inzending te ingewikkeld.
Louis Lazaroms schreef het gedicht Aung San Suu Kyi, over de vrouw die in 1991 de Nobelprijs voor de vrede won. Goed uitgezocht bij het thema en best krachtig maar toch te verkrampt. Bovendien vindt de jury de inhoud van het gedicht niet zo specifiek over deze wereldvrouw gaan.
Jack Terrible schreef Ha Koningin! Een gedicht met een wel heel spannende en mysterieuze lading. Te provocatief vindt de jury.
Te...
Soms vindt de jury de strekking van een gedicht te belerend. Sandy Elisabetha schreef haar inzending in gebiedende wijs, Zij die voor je gingen. Met name in de vierde strofe huist een krachtig mooi statement. Een duidelijke boodschap die echter veel prettiger leest als het in een andere vorm geschreven zou zijn.
Petra heeft duidelijk aandacht besteed aan vorm en ritme van haar gedicht. Wereldvrouw leest lekker. Toch ontbreken er poëtische beelden en sommige woorden zijn te zeer uitgezocht op rijm.
Ook Roos schreef haar gedicht Haar Wereldbeeld in een heldere vorm van vijf gelijke strofes. Maar de jury is niet gecharmeerd van de vele hoofdletters en vindt de taal te gekunsteld.
Jen bedacht een pakkende titel voor haar gedicht: Buurman zoekt wereldvrouw. De jury voelt zich meteen uitgenodigd te gaan lezen maar begrijpt niet goed wat de schrijfster wil zeggen met haar gedicht.
Over het gedicht Het is nooit te laat van Sander Kunst is de jury best te spreken. De variatie op de zin waarmee elke strofe wordt afgesloten is mooi bedacht. De zin "Haar handen zijn een rimpel in het gezicht van een anonieme soldaat" laten een interessant beeld achter.
Iets anders dan poëzie
Soms probeert een dichter te veel uit te leggen, dan is het meer een verhaal dan een gedicht. Zoals bij Nargish die Wereldvrouwen over de hele wereld schreef. Een mooi verhaal maar qua vorm toch echt proza en geen poëzie.
Ook als beelden te concreet zijn kan een gedicht aan dichterlijke zeggingskracht inboeten. Elisabeth doet dat in haar gedicht Wereldvrouw, de beelden die ze beschrijft vindt de jury te algemeen en lenen zich beter voor proza.
Lies Hoogland schreef in haar gedicht Wereldvrouw duidelijk over haar moeder maar ook deze tekst zou beter tot z'n recht komen als bijvoorbeeld biografische schets. Met volzinnen in plaats van ‘geknipte' stukjes onder elkaar.
Het gedicht Vrouw van Ina Staberg had ook zeker potentie. De jury vindt het een goede liedtekst, metrisch zeer sterk. De eerste zin is mooi en helder: "Al een eeuwigheid is de vrouw op de aarde, bijna samen met de zon, de sterren en de maan".
Ook Katrien Verwimp schreef met De vrouwen van de wereld een metrische tekst die haast vraagt gezongen te worden. De jury vindt het helaas niet poëtisch genoeg tot de laatste 10 te behoren.
De 10 favorieten van de jury waaronder de prijswinnaars
Natalia Sanna zette haar gedichten over wereldvrouwen op http://www.verzinzoetermeer.nl/ maar hoefde naar eigen zeggen niet mee te doen aan de wedstrijd. Gelukkig ‘slipte' haar gedicht De accordeoniste er stiekem toch doorheen. Ze valt niet in de prijzen maar haalt het tot aan de laatste 10 favorieten van de jury. Voor de jury is De accordeoniste één van meest beeldende gedichten onder de inzendingen en bovendien één van de weinige gedichten met een lange tekst die toch de spanning weet vast te houden.
Lieve Desmet liet zich inspireren door een regel in een overlijdensbericht uit de krant:" meldt met droefheid het overlijden van haar levenspartner..., voormalig souffleuse bij de opera". Haar gedicht Bij een overlijdensbericht behoort voor de jury tot de twijfelgevallen. Met haar gedicht zet zij een vrouw vanachter de schermen, in het voetlicht. Mooi gedaan. Een intrigerend beeld in rake zinnen.
Sommige gedichten zijn in zekere zin vergelijkbaar en verdwenen in één stapeltje. Zoals Rwanda-mama en De prinses van Darfur. Toevallig beide door een man geschreven door respectievelijk Cees de Winter en Erwin Steyaert. Schrijnend in thematiek, vrouwen in oorlog, mishandeld en verkracht. Rwanda-mama geschreven in milde termen en met een zeer sterke samenhang. De prinses van Darfur geschreven in krachtige, haast melodramatische termen. Rwanda-mama blijft net iets langer hangen en ontvangt van de jury de derde prijs.
Hier en daar passeert een klassieke dichtvorm. Henk Frigge zond een sonnet in onder de titel Onteerd, geïnspireerd door de documentaire Code Rood, over eerwraak van Jessica Villerius. Een goede prestatie voor een amateur, geen clichés, een mooi ritme maar helaas niet verrassend genoeg om in de prijzen te vallen.
De jury twijfelt lang over het gedicht Zij dat werd ingezonden door Lichelle Smedts, het behoort zeker tot de laatste 10. Geen woord te veel, een ritme dat goed loopt en werkelijk wondermooie beelden maar de laatste twee zinnen laten de juryleden ontgoocheld achter en leiden tot onbegrip. Nergens wordt duidelijk waarom dit gedicht over de moeder aller buschauffeuses gaat en die afsluitende woorden dragen niet bij aan de prachtige beelden uit de rest van het gedicht.
Meest moeilijk was de ondoenlijke schifting van 3 uit 5. De jury besluit daarom twee aanmoedigingsprijzen te benoemen. Van een Verre Prinses is er één van. Karin Doornik krijgt van de jury toch een eervolle vermelding. Zou de schrijfster gedacht hebben aan het liedje van Herman van Veen? En waarom plakt zij de postzegel links en niet rechts zoals iedereen? Bewust of per ongeluk, dit gedicht is raadselachtig en laat de lezer achter in vertwijfeling, het is op zo veel manieren te interpreteren dat het stof tot nadenken geeft. Nergens te veel woorden en de zin: "In Dakar is het warm, ik voel mij thuis" is esthetisch schitterend.
De andere aanmoedigingprijs gaat naar Bart Vijfvinkel die met Afrekening in het illegale circuit menig discussie heeft opgeroepen. Zijn inzending werd, vanwege het taalgebruik, door de bibliotheek van de site verwijderd. De bibliotheek vond het gedicht niet geschikt voor kinderen die de website ook bezoeken. De jury echter vindt het één van de sterkste inzendingen. Geschreven zoals het is: hard. Daarmee doet deze dichter iets heel bijzonders, in een taal die van de straat lijkt te komen, laat hij vorm en inhoud samensmelten. Een goed gedicht.
Opbollende rokken, yakzwarte haren en blauwe steppen. Indrukwekkend waren de mooie beelden van Katrien Coppens uit haar gedicht Bannelinge. De dichtregel: schudt het kind uit haar kleren is een voorbeeld van het rijke taalgebruik in dit zeer gecomprimeerde gedicht. Het roept de sfeer van een ver land op. Katrien uit België krijgt van de jury de tweede prijs.
Voor de jury is er één gedicht dat met kop en schouders boven de rest uitstak. Unaniem wordt de eerste prijs toegekend aan Paul Vincent met Plaza de mayo. Geen woord te veel, to the point, nergens overdreven, een goede opbouw en een vloeiend verloop. Dit gedicht spreekt tot de verbeelding en het einde lijkt eindeloos door te gaan: "omdat we moeder, omdat we dwaas zijn, omdat..."
Perfect had het gedicht geweest als het woordje zijn niet de laatste strofe had gestaan. Maar Paul Vincent verdient met recht de eerste prijs.
Alle activiteiten »











