De Krantenverkoper
pagina 1 van 4De krantenverkoper.
‘Nina ga eens boodschappen doen,’ zei Nina”s moeder tegen Nina.
‘Maar mam,’ protesteerde Nina.
‘Ik ben net tv aan het kijken.’
‘Ik heb prei nodig!’ Zei haar moeder.
‘Of wil je soms niet eten?’
‘Ik ga al zei Nina boos.’
Ze pakte haar fiets uit de schuur en fietste weg. Eenmaal bij de Albert Heijn zag ze een man staan die kranten verkocht hij stond er elke dag om kranten te verkopen. Hij was altijd vrolijk en zei altijd iedereen gedag. Nina had weleens met hem gepraat, hij was een erg aardige man. Ze kocht de prei en liep langs de man de man zei:
‘Hoi Nina moest je weer boodschappen doen?’
‘Ja’, zei Nina.
‘Ik was net tv aan het kijken en toen had mijn moeder prei nodig dus moest ik van haar even boodschappen doen. Ik had eigenlijk niet zo’n zin maar ik ging toch maar anders zou mijn moeder alleen maar boos worden.’
‘Oh.’ zei de man.
‘Wil je anders even mee met mij naar huis dan krijg je wat te drinken?’
‘Oké,’ zei Nina.
Ze liepen samen naar het huis van de man. Het is niet ver zei de man. Het begon al winter te worden en het was al best fris. Toen ze er waren deed de man de deur open en toen Nina naar binnen stapte liep de man achter haar aan naar binnen en deed de deur op slot.
‘Waarom doe je de deur op slot?’ vroeg Nina.
‘Ehm, anders eh lopen de katten weg,’ zei de man.
‘Heb je katten?’ vroeg Nina.
‘Eh ja twee.’
‘Oh leuk mag ik ze eens zien?’
‘Ja,’ natuurlijk zei de man hij deed een stap naar voren en liep een trap af naar de kelder.
'Hier zitten ze,' zei de man hij deed de deur open











