Westerpark
pagina 1 van 3Een mooie dag in het Westerpark
Het was zeven uur in de morgen. De katten lagen als zwarte grasmatjes in hun mand. Ik rekte me uit en trok het rolgordijn omhoog. De zon prikte al door de wolken, het beloofde een prachtige dag te worden. Daarna gaf ik een ruk aan de radio om de lome stilte te doorbreken. Robbie Williams zong over zijn beroerde liefdesleven. Bonny en Clyde rekten zich uit en knipperden met hun gele kattenogen als sfinxen uit de Egyptische oudheid. Ik aaide ze over hun vacht. Over ongeveer tien, twintig jaar zullen ze misschien niet meer leven, mijn kattenvrienden. Dan zou ik weer nieuwe nemen, ook weer een duo. Laurel en Hardy of zoiets. En daarna, oud en versleten in rollatorgebied, worden het Jip en Janneke. Hoeveel katten kan een mens in zijn leven verslijten?
In mijn joggingpak verliet ik de flat.
Het was rustig in het Westerpark. De opkomende zon streelde mijn rug toen ik langs een groep grazende schapen rende. Tot welk soort de wollige beesten behoorden, wist ik niet en dat zal ik waarschijnlijk nooit te weten komen.
Ineens zag ik iets vreemds. Ik hield mijn pas in. Daar …tussen een omgewaaide boom langs het wandelpad, lag iets. Zonder om mij heen te kijken liep ik naar de boom. Toen ik mij bukte om te kijken wat het was, zag ik een pakje. De buitenkant was omwikkeld met plastic.
Met ongeremde nieuwsgierigheid rukte ik aan het plastic. Stapeltjes bankbiljetten rolden vervolgens op de grond. Mijn mond viel open. De biljetten in mijn handen voelden goed. Visioenen van een nieuwe auto, een basgitaar en een ticket naar Thailand bevolkte mijn brein.
Het gevaar kwam vanuit het niets. Zomaar, op een onbewaakt ogenblik.
Hij droeg een zwart shirt en een baseballpet, waar donker krullend haar onder vandaan kwam. Zijn gezicht was hard











