De prinses van Darfur
Prinses van Darfur
Stemmen riepen mijn man uit onze hut.
Knuppels. De eerste slag verbrijzelde
zijn kaaksbeen, de tweede brak zijn neus.
De fatale kwam pas later. Eerst moest
hij zien en horen, hoe zij de kleren
van mijn lijf rukten. Ze hielden me vast
aan pols en enkel en drongen in me,
elk om beurt, met hun bebloede pik.
Moeder verdronk in haar gillen. Vader
stikte in zijn onmacht. In mijn keel
spartelden de kreten. Alles wat mijn
naam droeg, perste ik uit dit lijf.
Ik bracht mezelf opnieuw ter wereld.
Het zaad brandt in mijn schoot, in mijn
kale schedel kweek ik de wrok tot wraak.
Daar spreek ik tot mijn ongeboren zoon.
Mijn kind, mijn kleine beri bur, straks zoog ik
je met haat en wieg je in mijn toorn.
In honderd talen leer ik je het woord
voor mes, hoe scherp het snijdt in vlees.
Eens zul je voor je vaders staan. Toon hen
in je moeders naam dit dun metaal.
Voer hun geslacht aan dolle honden.
Breng mij van hun gekerm de volle schaal.
Erwin Steyaert











