Tegen wil en wet
Ik ben gekomen
in de rode zomer, onwettig
eersteling in een te pril gezin
schreeuwde me een weg
het leven in, de verlossing
geen bevrijding, ze was me
liever eerder kwijtgeraakt, ik was
te warm, te rood, te ademend
niet geboren als verlosser, heb ik
hartstochtelijk de zomer
vastgegrepen, het was te laat
om nooit genoemd te blijven
ik ben genoemd, gezien, gekust
verkracht, vervloekt, verdreven
ik heb de kleuren van het land gezien
gevoeld dat regen lauw kan zijn
ik heb gehoord hoe zwepen klinken
op een blote rug
tegen wil en wet
ben ik gekomen, tegen wil en wet
heb ik geleefd, te warm, te rood
te ademend voor velen
bemind heb ik, ik heb gezien
hoe leven van niet-leven wint
ik heb zijn hart gekregen, zijn woorden
heb ik in mijn schoot gedragen en gebaard
zijn liefde heb ik bloed gegeven
ik heb geen spijt
nog even geef ik adem aan dit leven
aan een bestaan dat nadijnt
en met mij verdwijnt
alleen mijn woorden laat ik achter in de tijd











