Bevrijding moet je vieren
Ze schrok wakker van het geluid dat oorverdovend vlak bij haar raam klonk. Ze zat meteen rechtop en keek schichtig om zich heen, ondertussen vroeg ze zich af wat het was. Haar ogen moesten wennen aan de donker.
Het was donker in de kamer, ze zag de schaduw van de kast. Er hing kleding bij de kast en het gaat een spookachtig beeld.
Op het moment dat ze zich weer afvroeg wat ze had gehoord, hoorde ze weer een knal. Een rilling loopt over haar rug. Ze stapt uit bed en loopt naar het raam. Tussen de gordijnen door kijkt ze naar buiten. Het is buiten ook donker, in sommige huizen brandt een klein lampje en af en toe ziet ze lichtflitsen in de lucht. Weer gaat er een rilling over haar rug. Ze krijgt het koud, haar mond is droog. Ze wil wat drinken, maar durft zich niet te verroeren.
'He, wacht even!' schreeuwt een stem buiten in het donker. Haar adem stokt en staat muisstil bij het raam tussen de gordijnen te kijken. De angst in haar lichaam was voelbaar. Ze hoorde voetstappen buiten die dichterbij kwamen, langs haar raam liepen en verdwenen in de duisternis.
Haar angst was nog aanwezig, haar hart deed op dit soort momenten nog pijn. Alle momenten die ze in angst had geleefd. Haar zus had ze nooit leren kennen.
Ze had geluk, ze had alles overleefd. Nu schrok ze elk jaar nog steeds, op deze dag. Op bevrijdingsdag, met al dat vuurwerk. Toch is ze nog steeds blij Bevrijding gevierd wordt.











