Alana
Ik slenterde door de straten op weg naar huis. De huizen zagen er vies en oud uit, niet dat je het echt huizen kon noemen het waren meer hutjes. Rechts van me zaten een paar kinderen voor een hutje de moeder was buiten bezig met het eten voorbereiden. Als ik thuis kom zou ik ook weer eten moeten maken. Ik hoefde nog maar een klein stukje dan was ik bij ons hutje. ‘Alana!’ ik keek om ik zag niemand. ‘Alana!! Hierzo!’ het kwam ergens uit een hutje naast me vandaan. Daar zat Valli op haar hurken over haar broertje gebogen. Valli was mijn beste vriendin maar ze had het wel een stuk beter dan mij ze hoefde niet eens te werken! Haar moeder had een goede baan in de stad en verdiende dus genoeg om haar gezin te onderhouden. Haar broertje Sharif keek me aan hij zag er niet zo best uit. ‘Alana ik denk dat sharif ziek word! Kun jij me helpen en een medicijn aan je moeder vragen? ik betaal het als we weer geld hebben’ ‘Het spijt me Valli wij hebben geen medicijnen meer, mijn moeder is een dag ziek geweest maar ze ging toch werken want anders hadden we niet genoeg geld dus heeft ze alles opgemaakt.’ Valli keek me bedroefd aan. ‘Ken jij iemand in de buurt die medicijnen heeft?’ ‘Ik kan het wel even op het werk vragen? Mischien weet een van de ander meiden iemand die nog medicijnen heeft. Maar ik moet nu gaan koken tot morgen Valli!’











