Mirjam in Nigeria
pagina 1 van 3‘Loop je even mee naar de waterpomp?’ vraagt vader.
‘Ja is goed, dan kan ik je helpen met dragen.’
Als Mirjam en vader naar de waterpomp lopen kijkt Mirjam om zich heen.
Wat een puinhoop eigenlijk. Overal troep en mensen. Heel veel mensen. Auto’s vooral.
Hoe zullen kinderen in andere landen eigenlijk leven? Zouden ze net als haar weinig geld hebben en een klein huisje? Of zullen ze stinkend rijk zijn met de allermooiste huizen en heel veel vrienden om zich heen?
‘Gaat het wel met je?’ vraagt vader bezorgd.
‘Ja, hoor. Ik zat alleen te denken hoe kinderen het in andere landen zullen hebben, die niet in Nigeria wonen.’ Antwoord Mirjam.
‘Dat ligt eraan. In sommige landen zijn mensen heel erg rijk en is er veel werk. Maar waar wij wonen is niet veel werk en dus minder geld. Voor Nigeria hebben wij het zo slecht nog niet. Sommige mensen leven in nog meer armoede dan wij.’
Mirjam zwijgt.
Samen lopen ze weer terug naar huis. Als ze thuis komen en naar binnen lopen, is hun vloer nat.
‘Hoe kan dat nou?’ vraagt Mirjam bezorgd.
‘Het heeft geregend vannacht. Misschien is er iets lek.’ Antwoord vader.
Mirjams moeder komt binnen.
‘Maken jullie je maar niet druk hoor, ik heb vanochtend per ongeluk een emmer water laten vallen. Daarom had ik ook gehoopt dat jullie snel terug kwamen. Mirjam, loop jij even naar je zusje? Ze heeft dorst.’
‘Natuurlijk, ik ben zo terug.’
Als Mirjam in het kamertje van haar en haar zusje binnenkomt is haar zusje van drie aan het huilen. Ze is rood en erg klam.
‘Mama! Papa!’ roept ze.
‘Wat is er? Wil ze geen water meer?’ vraagt haar moeder.
‘Jawel maar ze is helemaal rood en klam. Wat is er











