We gaan op jodenjacht
'We gaan op jodenjacht,' zongen de ADO-supporters na hun overwinning op AJAX. Profvoetballer Lex Immers danste op de tafel en schreeuwde de slogans in zijn overwinningsroes uit volle borst mee. De trainers keken toe. Toen ik het zag voelde ik afkeer. Niet vanwege het vermeende antisemitisme. Het was duidelijk dat de ADO’ers helemaal niets tegen de Joden als bevolkingsgroep hadden. Het ging ze om de tegenstanders: Ajax. Ik weet zeker dat Lex een keurige jongen is. Na die prachtige overwinning had hij echt geen racistische gedachten. Hij vierde feest, en terecht. ADO had een topprestatie geleverd! Mijn afschuw kwam voort uit het onsportieve natrappen. Je moet een waardige overwinnaar zijn. Het gebeurde was koren op de molen van Federatief Joods Nederland. De FJN bracht deze zaak in verband met het vermoorde Israëlische gezin in de nederzetting Itamar. Krokodillentranen natuurlijk. Want hoe sympathiek ik Israëliërs ook vind, als ze wat willen doen aan racisme dan moeten ze ook hand in eigen boezem steken. Alle VN-resoluties over de Palestijnse kwestie spreken zich uit tegen het Israëlische beleid. Toen Lex Immers zich verontschuldigde door te zeggen dat hij dacht dat ‘Joden’ een geuzennaam voor AJAX was drong het tot me door: hij weet het echt niet. Hij weet niet wat er in de oorlog met de Joden gebeurd is. Bevrijding moet je vieren, om racisme geen kans te geven.











