Toegevoegd op: 8 Aug 2011
Haar glimlach
Hij zit in de keuken van de kleine herberg waar hij onderdak heeft gevonden. De keuken is tevens de eetzaal. Eigenlijk is er geen eetzaal, vandaar. Hij kijkt naar buiten het donker in. De wind giert om het gebouw, regen klettert tegen de ramen. Hij probeert een boterham met kaas te eten, maar dat lukt amper. Te gespannen, geen trek. Hij heeft slecht geslapen en zijn benen voelen als lood.











