De opdracht
pagina 1 van 4‘’Hoi, ik ben Joanna en ben 11 jaar. Vandaag ga ik met mijn vriendin Sharine logeren naar mijn oma. Wij blijven een week logeren in het huisje aan de rand van het Buytenpark.’’
Ik loop samen met Sharine naar het huis van mijn oma. ‘’ Dag kind. Hoe is het?’’ vraagt mijn oma. Sharine kijkt geschokt van mijn oma naar mij. Mijn oma heeft lange zwarte nagels, een kromme rug en kroeshaar. Sharine geeft mijn oma een hand.
‘’ Kom binnen.’’ Samen lopen wij door de donkere gang. Ons oog valt op een groot schilderij dat aan de muur hangt. Er staat op: Gemaakt in 1960 29 september. Er is een jongen op geschilderd. “Komen jullie?” vraagt oma. Ze loopt naar boven via de krakende houten trap.”Dit zijn jullie kamers. Jullie moeten wel een kledingkast delen.” Sharine en ik pakken onze kleren uit. ‘’AAHH!!’’ Joanna en Sharine schrikken zich rot. Met een klap vliegt de deur dicht. “Joanna, Joanna, hoorde je dat?” fluistert Sharine.“Wat zou ik moeten horen? Het is hier doodstil.” fluistert Joanna.
Het is etenstijd. Wij lopen naar beneden en zien het schilderij. Maar het portret is veranderd. De jongen kijkt ons met grote ogen aan en zijn mond staat open. “Zie je dat?”vraag ik aan Sharine met een fluister stem. ”Wat?””Dat schilderij, kijk hoe hij kijkt.””Wat is er mis mee? Hij is super leuk. Hij kijkt gewoon het zelfde hoor.” zegt Sharine. He? Wat raar denk ik.
“Wat gaan we eten?”vraagt Sharine aan mijn oma.”We gaan boerenkool eten! Zo lekker. Vind je ook niet?” Oma heeft honger als een paard. Gulzig eet ze alles op. Vijf minuten later zien we de lampen flikkeren.”Ach nee hé, die oude lampen moet ik ook weer vervangen.”zegt oma.” In mijn vorige lampen zaten ook al geesten.” zegt oma.”Geesten? Wat bedoelt u











