Tijd om thuis te komen (secret city)
pagina 1 van 2Ze staat voor het venstergat in de vervallen muur en sluit haar ogen. Ze denkt aan een ander uitzicht, een ander landschap, met heuvels vol heide, stenen wallen en grazende schapen. Dat uitzicht bestaat nog steeds. Maar het is al zo lang geleden dat ze in haar geboorteplaats was om het te zien. De kleuren kan ze zich nog goed herinneren, het dromerige paars van de heide en de grijsheid van de eeuwige regenwolken. Ze haalt diep adem en kijkt. Gras, braamstruiken, betonblokken met afgesleten hoeken, verspreid tussen de brandnetels. Een hemel die al bloedrood kleurt in het avondlicht. Geen schapen, wel koeien en enkele paarden op een ver weiland. Een kille geur van modder en nat steen vult haar neus, een geur die eeuwen ouder lijkt dan dit natuurpark uit de jaren ’70.
Ze verliest bijna haar evenwicht als haar vingers van de muur glijden. De ruwe bakstenen zijn dikbemost en glibberig. Ze doet een stap naar achteren om haar balans te vinden. Haar regenjas blijft haken aan de doornen van een braamstruik. Ze trekt de stof voorzichtig los en zoekt haar weg tussen de brandnetels, langs de kleine ruïne en de heuvel op, terug naar het wandelpad. Midden op het pad liggen de resten van een mol. Er is niet veel meer van over dan een grijsverkleurd velletje, in flarden om en over fragiele botjes en een miniem gebit. De klauwen van de mol liggen strak naast elkaar, alsof het dier speciaal in de houding is gaan liggen om te sterven. Ze stapt over het lichaampje heen.
Op het hoogste punt van het pad aarzelt ze. In de verte ziet ze de heldere lichten van Zoetermeer, de plaats waar ze achtenveertig jaar geleden vanuit Engeland is komen wonen. Eerst met haar moeder en nu al heel lang alleen. De hoge











