Leviathan
pagina 1 van 2In gedachten loopt Haro Remmerswaal, op de namiddag van een mooie maar koude dag, over het fietspad naar het hoge ronde bouwwerk. Het is de tijd van het jaar waarop de avond begint te vallen voordat de middag goed en wel voorbij is. Aan de kobaltblauwe hemel hangen grote witte wolken waar een schrale winterzon schielijk tussendoor schijnt. Net voldoende om het fietspad in een mysterieuze gloed te zetten.
Haro’s gedachten gaan terug naar het gesprek dat hij een week geleden had met de wethouder van stedelijke ontwikkeling en ruimtelijke ordening. Een merkwaardig gesprek dat in het diepste geheim plaatsvond bij de wethouder thuis. Hoe die wethouder aan de informatie over zijn privéomstandigheden kwam, was Haro een raadsel, maar de man was goed op de hoogte en maakte daar gebruik van.
‘Meneer Remmerswaal, had hij gezegd, het zijn zware tijden. Voor de gemeente, maar zeker ook voor u. Een baan voor het leven krijg je niet meer bij de overheid, zoals u wel merkt.’
Haro’s werkgever, de Rijksmilieu-inspectiedienst, is als zoveel overheden slachtoffer van bezuinigingen en Haro en veel van zijn collega’s krijgen het komende jaar gedwongen ontslag. De watertoren in Zoetermeer wordt waarschijnlijk zijn laatste klus. Een fijne klus, dat wel. Haro bewaart warme herinneringen aan het gebouw, nog van de tijd dat hij werkzaam was voor het waterbedrijf. De toren is nu al lange tijd niet meer in functie. De gemeente vroeg daarom de milieu-inspectiedienst de bouwkundige staat van het gebouw te onderzoeken voor mogelijke renovatie.
De wethouder ziet voor het renovatiebudget echter een betere aanwending dan voor dat “monument zonder waarde”, zoals hij de watertoren oneerbiedig noemde. ‘En aldus, zo had de wethouder hem gezegd, voor een kleine tegenprestatie kunt u rekenen op een vaste betrekking met een prettig salaris bij de gemeente Zoetermeer’. In gedachten hoorde Haro nog het oneerbare











