Secret city - Het lot
Grote ogen staren me aan. Ogen waar geen twinkeling meer in zit. Dode ogen. Verwoed doe ik een poging om ze te sluiten, maar ze gaan weer open. Bij elke poging lijken de ogen steeds groter te worden. Ik wil ze niet meer zien. In paniek pak ik armen vol met herfstbladeren en gooi ze over het dode lichaam. Maar het mag niet baten. Ik krijg het gezicht, laat staan het lichaam, niet bedekt. Ik moet hier weg. Weg van het dode lichaam met de starende ogen. Ik draai me om, maar ik kom niet vooruit. Het lijkt wel of ik tegen windkracht tien in moet lopen. Zwaar leun ik met mijn hele lichaam naar voren. Ik probeer mijn rechtervoet op te tillen. Deze lijkt wel van lood, er is geen beweging in te krijgen. Het voelt alsof ik in drijfzand zit. Ik durf niet achterom te kijken om te zien wat er gebeurd. Ik voel dat ik steeds verder de grond in zak. Mijn keel wordt droog, het lijkt wel of er zand in zit. Ik krijg bijna geen adem meer. In paniek probeer ik zoveel mogelijk speeksel in mijn mond te produceren om die uitgedroogde keel te bevochtigen.
(lees verder door het document te openen)











