Big Brother
pagina 1 van 3Big Brother (Connie van de Velde)
‘Mam, niet schrikken. Big brother is watching you!’ Dit e-mailtje kreeg ik van mijn zoon, met een link waarop ik moest klikken. Het was een foto van Google Streetview van ons huis, en ik stond duidelijk zichtbaar achter het keukenraam. Met mijn rug naar de camera, op mijn tenen, met mijn hand uitgestrekt. Als ik me één minuut later had omgedraaid, had ik dat autootje met al die camera’s erop langs zien rijden. Een maanlandingsvoertuig op het Barietgeel! Het had mij vastgelegd, terwijl ik een beker uit de kast pakte, iets wat iedereen op aarde nu kon zien als hij mijn adres opvroeg.
Ik leef met mijn rug naar de straat. Afgezien van komende en vertrekkende auto’s, de vuilniswagen, de postbode en de regelmatig aanbellende Jehova’s getuigen gebeurt er niets. Het leven speelt zich af achter de huizen, in de tuinen van ons huizenblok en dat van de straat daarachter, die als de toetsen van twee piano’s tegen elkaar aanliggen.
Zes huizen aan de ene, zes huizen aan de andere kant, kale tuinen en een pad van vijf stoeptegels breed ertussen; zo zag het er uit toen we hier kwamen wonen. Twaalf gezinnen van sterk uiteenlopende samenstelling en herkomst moesten elkaar plotseling leren kennen en een manier zien te vinden om vreedzaam met elkaar om te gaan.
Ach, ik kan het nu wel verklappen, het doet er nu toch niet meer toe. Het was een sociaal experiment, bedacht door de woningbouwvereniging, in samenwerking met een paar vooraanstaande universiteiten en gesubsidieerd door het Ministerie van Sociale Zaken. Een nieuwe variant van het televisieprogramma Big Brother. Het zou op een van de publieke netten worden uitgezonden. Alleen wij wisten van niets. Toen het uiteindelijk niet doorging, werden we op de hoogte gesteld en kregen we als dank een complete verzameling











