Big Brother
pagina 3 van 3geblust.
Of het machteloze verdriet dat ons bijeendrijft in de poort als we horen dat een jonge buurvrouw de strijd tegen kanker heeft verloren. Een paar jaar daarvoor zaten we nog met zijn allen bij haar op kraambezoek. De verbijstering waarmee we elkaar opzoeken, als een buurman op het vrijgezellenfeest van zijn zoon tijdens het karten bezwijkt aan een hartstilstand. Ze zouden gaan karten, darten en biljarten. We raken er niet over uitgepraat. Ongemerkt beginnen we een team te vormen, een land met een eigen geschiedenis, waarop we kunnen teruggrijpen door te zeggen: ‘Weet je nog?’
Af en toe komen er nieuwe mensen in de poort wonen. Voor hen is het moeilijker om zich een plaatsje te verwerven. Wij, de mensen van het eerste uur, verwelkomen hen, maar houden ook wat afstand om te zien wat voor vlees we in de kuip hebben. Al gauw hebben we het over ‘wij’ en ‘zij’. ‘Wij’ drommen verbaasd bij elkaar als twee nieuwe buurvrouwen elkaar letterlijk in de haren vliegen en de politie tussenbeide moet komen. ‘Wij’ weten niet hoe we moeten reageren als een nieuw gezin met zakdoeken gewapend buiten rond de stereoinstallatie zit, waaruit keihard ‘Zij gelooft in mij’ van André Hazes klinkt op de dag dat hij een jaar dood is. Of als een nieuwe buurjongen dag in dag uit zijn muziek zó hard zet, dat ‘wij’ elkaar niet meer kunnen verstaan.











